Signaleringsinstrument ziekenhuizen verder verbeterd

14-06-2021

In 2017 ontwikkelden onderzoekers van de HAN een signaleringsinstrument voor ouderenmishandeling voor de acute zorg. Een slimme zet, want medewerkers van de acute-zorgketen zien veel kwetsbare ouderen. Inbouw in het elektronisch patiëntendossier (EPD) bleek echter lastig. Met steun van het ministerie van VWS ontwikkelde de HAN het signaleringsinstrument verder door, mét praktische inpassing in het EPD.

Het signaleringsinstrument voor ouderenmishandeling voor de acute zorg is verrassend eenvoudig. Dat moet ook wel, want de ambulancezorg en de medewerkers van de spoedeisende hulp zien hun patiënten doorgaans maar kort. “Het was dus essentieel om een instrument te maken dat hanteerbaar is én voldoende inzicht biedt of er vervolgstappen nodig zijn”, vertellen Marian Adriaansen en Sivera Berben.

Marian is lector Innovatie in de Care, Sivera is associate lector Acute Intensieve Zorg, beiden aan de HAN. Het signaleringsinstrument start met één vraag: Maakt u zich zorgen over verwaarlozing, misbruik of mishandeling? “Is het antwoord ‘nee’, dan hoeft de zorgmedewerker niets meer in te vullen. Is het antwoord ‘ja of twijfel’, dan volgt een aantal verdiepende vragen.” Zoals: Zijn er signalen van verwaarlozing? Of: Is de reactie en interactie tussen de oudere en de mantelzorger of familie passend?

Kans op een inkijkje

Sivera en Marian benadrukken dat signalering door de acute-zorgketen ontzettend belangrijk is. “Het is een ‘window of opportunity’, een kans op een inkijkje die je niet snel krijgt. Een ambulancemedewerker die bij een patiënt thuiskomt, zíet dingen. Een verwaarloosd huis, een lege koelkast. Of dat de oudere in de garagebox woont, op het kale beton.” En er speelt meer. “Een oudere in een crisissituatie kan dingen minder goed verbergen. Daar hebben ze op dat moment de energie gewoon niet voor. Rond ouderenmishandeling heerst een enorm taboe. Het is iets waar een oudere liever niet over praat. Dat taboe valt in een crisissituatie even weg.”

Géén afvinklijstje

Marian en Sivera benadrukken ook dat het signaleringsinstrument niet op zichzelf staat. “De signaleringsvraag wordt bij iedere oudere boven de 70 jaar die bij de spoedeisende hulp binnenkomt beantwoord. Zodat er geen oudere gemist wordt. Maar of de vraag ook ten volle benut wordt, hangt natuurlijk af van de kennis en kunde van de medewerker. Daarvoor hebben we een e-learningmodule ontwikkeld. Het helpt medewerkers om gevoel voor het onderwerp te krijgen, een morele antenne. Het is niet zomaar een afvinklijstje.” Daarnaast is het belangrijk dat de signalering ook een vervolg krijgt. En dat de ‘melders’ een terugkoppeling krijgen. “Dat motiveert enorm. Een verpleegkundige die terughoort dat er iets met het signaal is gedaan, gebruikt het instrument serieuzer. Omdat duidelijk is dat het zin heeft.”

2 poorten

Dat een signaal een vervolg krijgt, gaat automatisch via het EPD. Ook wordt dan een koppeling met het stappenplan van de meldcode gemaakt. Maar de inbedding in het EPD was lastig. “Omdat het signaleringsinstrument nog niet gevalideerd was, kon het niet standaard in het EPD worden opgenomen”, vertellen Sivera en Marian. “Ziekenhuizen voegden het dus zelf toe, maar waren het dan weer kwijt als er een update van het EPD kwam.” Daarom waren, in opdracht van VWS, de integratie van het signaleringsinstrument in het EPD en een eerste validiteitstest onderdeel van het project van de HAN. Zodat dit probleem verholpen kon worden. Sivera en Marian voerden het onderzoek uit samen met het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, het Jeroen Bosch Ziekenhuis, het Spaarne Gasthuis en experts uit het OLVG. In overleg met de ziekenhuizen werd het signaleringsinstrument ook ingebouwd bij de polikliniek geriatrie. Zodat er in het ziekenhuis nu 2 ‘poorten’ zijn waar kwetsbare oudere gescreend worden.

Eigenaarschap

Dat wil overigens niet zeggen dat het onderwerp nu volledig ingebed is in de ziekenhuizen. “De eerste belangrijke stappen zijn gezet”, zeggen Marian en Sivera. “En daar hebben de ziekenhuizen met veel enthousiasme en energie aan meegewerkt.” Maar er zijn ook nog losse eindjes. Zoals ‘eigenaarschap’. “Bij kindermishandeling is dat makkelijker, want bij kinderen is meestal een kinderarts betrokken. Ouderen komen bij álle specialisten in een ziekenhuis. Daarom geven we ook les aan artsen, hoe ze ouderenmishandeling kunnen herkennen.” Maar eigenaarschap moet er ook zijn bij de raad van bestuur. “Bestuurders moeten het belang van het onderwerp inzien en willen investeren. Bijvoorbeeld in het aanstellen van een aandachtsfunctionaris ouderenmishandeling en in het opleiden van medewerkers. Daar is echt nog een slag te slaan.”

Sivera en Marian werken daar graag aan mee. Bijvoorbeeld door samen met de praktijk en het onderwijs verder onderzoek te doen. “Dankzij dit project, dat we met financiering van het ministerie van VWS konden doen, hebben we nu subsidie van ZonMW voor een vervolgonderzoek gekregen. Om het signaleringsinstrument nog verder te valideren.” Ook publiceerden ze onlangs een gids voor een betere herkenning en aanpak van ouderenmishandeling. Hierin vertellen verschillende betrokkenen over hun ervaring en zienswijze. “Zo proberen we onze kennis steeds verder te verspreiden in praktijk en onderwijs.”