Handvatten voor gespreksvoering

Vermoedens van ouderenmishandeling bespreken met de oudere en de pleger:

Gesprek met de oudere

Als je vermoedens hebt dat de oudere wordt mishandeld dan bespreek je je zorgen. Je maakt bespreekbaar wat je ziet en je betrekt daarbij ook wat je aan gedrag ziet. Bijvoorbeeld stil gedrag, angst wanneer bepaalde mensen in de buurt zijn, zorg die niet altijd goed gebeurt. Dat doe je op toegankelijke wijze:

  • Je benoemt wat je ziet aan feitelijkheden en aan gedrag;
  • Je spreekt je zorg uit, je bent heel duidelijk over het feit dat je vindt dat het niet goed gaat met mevrouw of meneer en ook daarin benoem je waarom je dat vindt; • Je geeft alle ruimte voor reactie hierop, bent nabij.

Aandachtspunten:

  • Je spreekt niet over ‘geweld’, want dat zullen mensen altijd ontkennen;
  • Je vraagt daarom hoe ruzies/conflicten met ….(degene waarvan je vermoedt dat hij/zij geweld pleegt) verlopen. Je benoemt dat het vaker voorkomt dat ruzies/conflicten uit de hand lopen en je zegt dat je vermoedt dat dat hier ook het geval is; je werkt van buiten naar binnen;
  • Wanneer er sprake is van psychisch geweld, financiële uitbuiting, bewuste verwaarlozing /onthouden van zorg, dan benoem je wat je ziet, je vraagt door op de relatie en de mate waarin de oudere zeggenschap heeft. Ook hier ben je duidelijk over je zorg en vermoedens;
  • Je kunt in alle gevallen daarbij bespreken dat je weet dat het niet gemakkelijk is om hier over te praten, maar dat het nu nodig is omdat het niet goed gaat én omdat er iets aan te doen is;
  • Juist dat laatste punt kan mensen motiveren om zich te uiten, ze ervaren dat er over gesproken kan worden, dat er niet gelijk een oordeel is, dat mishandeling moet stoppen en dat dat ook kan.

Je maakt je vermoedens niet bespreekbaar wanneer je vermoedt dat de veiligheid van de oudere daardoor in gevaar zou kunnen komen; je maakt dan eerst concrete plannen met betrokken professionals, Veilig Thuis, politie en/of overweegt melding.

Gesprek met de (vermoedelijke) pleger

Vanuit de systeemgerichte benadering ga je in gesprek met de pleger. Ook dit doe je op toegankelijke wijze: nabij, open en duidelijk. Je benoemt:

  • Wat je hebt gezien;
  • Welke zorg je hebt t.a.v. de oudere.

Neem de tijd voor reacties en bespreek, afhankelijk van welke dynamiek er speelt:

  • Dat het vaker voorkomt dat ruzies / conflicten uit de hand lopen;
  • Dat het vaak voorkomt dat de zorg te veel vraagt;
  • Dat je je zorgen maakt om de oudere omdat…en dan geef je de feiten en vermoedens weer.

Je vraagt of zij je zorg delen of juist niet.

Je nodigt uit tot vertellen. Daarbij ben je duidelijk over je vermoedens. Wanneer je weet dat er sprake is van een vorm van ouderenmishandeling, dan benoem je dat ook als een vorm van huiselijk geweld; dat maakt het heel duidelijk.

Je spreekt niet met een pleger wanneer je vermoedt dat de veiligheid van de oudere daardoor in gevaar komt; dit geldt met name in situaties van lichamelijk, seksueel en eergerelateerd geweld. Dan maak je eerste concrete plannen met betrokken professionals, Veilig Thuis en politie. Of je overweegt melding.