De aanpak van ouderenmishandeling in de regio West-Brabant

20-12-2021

In de regio West-Brabant krijgt het thema ouderenmishandeling extra aandacht in de aanpak van huiselijk geweld. Caroline Mobach, programmaleider Geweld hoort nergens thuis, organiseert themabijeenkomsten voor bestuurders. Ervaringsdeskundigen en professionals vertellen er hun verhaal. “Als bestuurders de praktijk niet kennen, kunnen ze die ook niet ondersteunen.”

Toen Caroline als programmaleider in West-Brabant begon, hadden de bestuurders uit de regio al een prioriteitenlijstje opgesteld. “Een van de onderwerpen was ouderenmishandeling, een vorm van geweld die vaak verborgen blijft en specifieke kenmerken heeft. Van bijvoorbeeld kindermishandeling of partnergeweld weten we dat het vaak voorkomt. Het besef dat dat ook voor ouderenmishandeling geldt, is nog vrij nieuw. Daarom is het zinvol om het over de cijfers te hebben. Eén op de twintig ouderen heeft ooit te maken met een vorm van mishandeling. Als je dat bij een gemeente doorvertaalt naar het aantal inwoners, zien ze direct de omvang en urgentie van het probleem.”

Inspiratiesessies voor focus

Omdat de bestuurders de prioriteiten al geformuleerd hadden, startte Caroline met inspiratiesessies. Om focus te geven aan het programma. “Die heb ik per thema georganiseerd. Want het thema ouderenmishandeling vraagt om een andere groep professionals en vrijwilligers dan bijvoorbeeld kindermishandeling. Bij ouderenmishandeling zijn de betrokkenen ook anders. Denk aan mantelzorgers, thuiszorg, notarissen, banken.”

Het thema ouderenmishandeling kenmerkt zich ook door specifieke vormen. “Financiële uitbuiting en overbelaste mantelzorg komen veel voor. Maar ik hoor uit de praktijk ook vaak verhalen over oudere moeders met problematische volwassen zonen die weer (of nog) thuis wonen. Schaamte en eenzaamheid spelen een belangrijke rol.”

Het thema verkennen in een bestuurlijk netwerk

Daarnaast zette Caroline bestuurlijke themanetwerken op. “Er bestaat al een breed bestuurlijk netwerk in de regio. Ook dat hebben we opgedeeld in thema’s. In het bestuurlijk netwerk ouderenmishandeling zijn naast bestuurders ook notarissen, banken, Veilig Thuis, het maatschappelijk werk en het wijkteam vertegenwoordigd.”

Het doel van de bestuurlijke netwerken is de thema’s verder te verkennen door professionals uit de praktijk concrete casuïstiek te laten toelichten. “In het bestuurlijk netwerk ouderenmishandeling bijvoorbeeld vertelde een medewerker van het wijkteam over een casus van een bejaarde moeder met haar volwassen zoon.”

Dilemma’s als een ouder hulpbehoevend wordt

Ook een ervaringsdeskundige mantelzorger vertelde haar verhaal. Caroline: “Zij was mantelzorger van haar vader en kwam in een situatie dat ze zelf pleger werd. Ze vertelde heel duidelijk over de glijdende schaal, dat je als mantelzorger steeds je grenzen verlegt. Je wil het volhouden, je wil de vuile was niet buiten hangen en haar vader wilde pertinent niet naar een verpleeghuis.”

Bij deze mantelzorger wist een professional de juiste snaar te raken. Dat bood een opening om over een oplossing te praten. “Haar verhaal maakte heel veel los bij de bestuurders. Ze gingen over hun eigen ouders vertellen en over de dilemma’s die je tegenkomt als een ouder hulpbehoevend wordt. Dat was heel zinvol en mooi.”

Aandachtsfunctionaris in alle gemeenten

Natuurlijk omvat de regionale aanpak van ouderenmishandeling nog veel meer activiteiten. Caroline ging met alle 16 gemeenten in de regio aan de slag. “Er zijn lokale allianties ‘veilig financieel ouder worden’ opgericht. We hebben workshops georganiseerd voor beleidsmedewerkers van gemeenten, zodat ze een plan van aanpak konden maken voor de eigen gemeente.

"En alle gemeenten hebben een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling aangesteld. Zodat elke gemeentemedewerker – van baliemedewerker tot boa – die een onderbuikgevoel heeft dat met iemand kan bespreken. De aandachtsfunctionaris denkt mee en helpt de stappen van de meldcode te volgen als dat nodig is. Ook worden Wmo-medewerkers gestimuleerd om breder te kijken. Dus als iemand een traplift aanvraagt óók even nagaan hoe de situatie verder is.”

“Bestuurders moeten de praktijk ondersteunen, de juiste randvoorwaarden bieden, partijen die een deel van de oplossing kunnen bieden bij elkaar brengen en knelpunten wegnemen”, besluit Caroline. “Dat is hun taak en verantwoordelijkheid. Maar dan moeten ze de praktijk wél kennen. Precies dat is het doel van de bestuurlijke themanetwerken. De papieren werkelijkheid is niet voldoende, bestuurders moeten het voelen en ervaren. Ik zie een grote betrokkenheid bij bestuurders.”